Contextueel management

 
 

Contextueel management



Het nieuwe samenwerken is gebaseerd op de theorie die al jaren wordt ingezet in de zorg- en welzijnsbranche, namelijk het contextueel gedachtegoed ontwikkeld door Ivan Boszormenyi-Nagy. Het zorgt voor een andere omgangsmanier met verbindingen en breuken. Het blijkt al jaren succesvol en effectief te zijn in deze branche, ondanks dit succes werd het nog niet toepgast in andere branches. Hans Groeneboer en Franklin den Bleker hebben dit zo vertaald, dat het contextueel gedachtegoed nu ook kan worden toegepast in andere organisaties; mensen produceren tenslotte wat ze zijn en niet wat ze zeggen. Zodoende is het contextueel management ontstaan.
 
 
 

Meer trainingen



Bekijk welke trainingen ReLinked voor u kan verzorgen.

 
 
  Het contextueel management bestaat uit verschillende dimensies die samen de context van het leven bevatten. De eerste drie dimensies zijn bij iedereen wel bekend. De eerste dimensie: Wie ben je en waar kom je vandaan? De tweede dimensie: Hoe is je psychologisch vermogen ontwikkeld, waar bereik je je doel en waar blokkeer je? De derde: hoe communiceer je en welke positie neem je in ten opzicht van de ander. In de vierde dimensie wordt gekeken wat je investeert in relaties en wat je ervoor terug krijgt. Is er een rechtvaardige balans in dit geven en ontvangen? Deze vier dimensies zijn ieder moment van de dag bij ieder mens aanwezig. In onze contextuele managementtrainingen leren managers om vier dimensionaal te kijken en de vierde dimensie te gebruiken om tot werkelijke verandering van mensen en dus hun organisaties te komen.

1. Feiten: Te denken is aan  erfelijkheid, gezondheid,  sociaaleconomische achtergrond en levens gebeurtenissen.

2. Psychologie: Dit omvat de manier waarop er wordt omgegaan met de feiten en de gevolgen op de ontwikkeling en in bredere zin en alles waar de traditionele individuele psychotherapie zich op richt.

3. Interactie: Mensen leven in relaties met de regels, de machtsverhoudingen. Deze dimensie omvat welke positie je inneemt ten opzichte van elkaar en hoe je hier mee omgaat.

4. Relationele ethiek: Gerechtigheid in verhoudingen staat centraal in deze dimensie: mensen functioneren pas goed wanneer er een gerechtvaardigde en houdbare balans is tussen geven en ontvangen. Volgens Nagy wordt in elke familie een “onzichtbaar grootboek” bijgehouden van geven en ontvangen. Terwijl je als kind eerst in principe meer ontvangt dan dat je terug geeft begint het geven al met het eerste lachje. Wanneer later in de jeugd de balans ernstig verstoord raakt, bouw je destructief recht op waar anderen de dupe van worden in een roulerende rekening. Deze vaak destructieve rekeningen komen we tegen op de werkvloer van onze organisaties.